Herinrichting opvang slachtoffers mensenhandel noodzakelijk

De omvang van het fenomeen mensenhandel in Nederland is lastig te duiden omdat veel van deze uitbuiting ondergronds plaatsvindt. Naar schatting gaat het om 30.000 slachtoffers per jaar. Dit staat in schril contrast met het aantal meldingen: 1.700 in 2012.


 De opvang van slachtoffers van mensenhandel moet beter worden afgestemd op de diversiteit van de slachtoffers, en op hun behoeften. De vaststelling of iemand slachtoffer is zou bovendien niet bij de politie moeten liggen, maar bij de hulpverlening. Dat concluderen onderzoekers van het victimologie-instituut INTERVICT van Tilburg University in een vandaag gepubliceerd rapport over de behoeften van slachtoffers van mensenhandel in Nederland. Het Fonds Slachtofferhulp financierde dit onderzoek.

Afstemmen op diversiteit
De hulpverlening is ingericht vanuit de gedachte dat slachtoffers van buiten de Europese Unie komen. Opvallend is echter, dat de groep zonder verblijfstitel afneemt. In 2012 was een kwart van de geregistreerde slachtoffers Nederlands.

De hulpverlening zou beter afgestemd moeten worden op deze diversiteit, zodat er minder slachtoffers tussen wal en schip vallen. Volgens de Nederlandse slachtoffers wordt er te makkelijk van uit gegaan dat zij terug kunnen vallen op mantelzorg en dat de reguliere opvangplekken toereikend zijn. Ook Nederlandse slachtoffers hebben behoefte aan goed beveiligde opvang met gespecialiseerde en ervaren deskundigen. Een gebrek aan goede begeleiding en behandeling kan leiden tot herhaald slachtofferschap. De juiste hulp is niet alleen van belang in de beginfase, als het slachtoffer zich net vrij heeft gemaakt uit de situatie, maar juist ook in een langere periode daarna.

Crisisopvang en hulpverlening in de fase voor vervolging
De vaststelling of iemand slachtoffer is, zou bovendien niet door de politie moeten gebeuren, stellen de onderzoekers. Dit zou moeten worden gedaan door teams van deskundige hulpverleners, tolken en rechercheurs die in eerste instantie gericht zijn op crisisopvang en hulpverlening. Dit heeft alles te maken met de fase waarin de slachtoffers zich bevinden. Ze zijn maanden tot jaren uitgebuit, en hebben moeite om weer zelfstandig te denken en handelen. Vaak zijn ze bang voor represailles en is er sprake van een gereserveerdheid richting politie; er is nog geen vertrouwen. Om die reden moet pas in tweede instantie worden gekeken naar vervolging. Dat zal ertoe bijdragen dat er meer daders worden opgespoord, omdat veel slachtoffers de benodigde informatie in eerste instantie niet durven te geven, maar als zij meer los zijn gekomen van hun uitbuiter wel.

Symposium
Op 10 september 2013 organiseert INTERVICT met medewerking van het Fonds Slachtofferhulp een symposium om met de ketenpartners de bevindingen te bespreken en vervolgstappen te benoemen. Dit symposium heeft plaats bij het Fonds Slachtofferhulp in Den Haag.